Cum Jubilo heeft in haar repertoire enkele inspirerende projecten voor het realiseren van een boeiende en ontdekkende muzikale wandeling doorheen het rijke Gregoriaanse repertoire.
Het ganse jaar door kan een bloemlezing uit het rijke Mariarepertorium een thema zijn voor een boeiende kennismaking met het Gregoriaans.
Gedurende de maand december kunnen wij met gezangen uit de advents- en kersttijd instaan voor een stemmige muzikale voorbereiding op dit hoogfeest. Deze auditie wordt ingeleid en afgewisseld door orgel (Jan Vermeiren) en trombone (Dirk Decae), zodat het programma vlot toegankelijk wordt voor een breed publiek.
Het project “Passio Domini” is gericht op de vastenperiode en de Goede Week, en omvat de Gregoriaans Matteüspassie, met als ingelaste meditatiemomenten grote responsories en antifonen uit de Goede Weekofficies.
Liturgische toelichting
In de Romeinse liturgie van de oude kerk ontstonden er tijdens de Goede Week twee onderscheiden vormen om, via meditatie, de passie en het lijden van Onze Heer Jezus Christus te herdenken.
- De eerste en oudste vorm is het reciteren van het passieverhaal. De H. Augustinus (5de eeuw) vermeldt al dat op Goede Vrijdag het passieverhaal volgens Johannes werd gereciteerd. In de eeuwen daarop kreeg het passieverhaal van de andere drie evangelisten haar plaats in de liturgie: op Palmzondag volgens Matteüs, op de dinsdag tijdens de Goede Week volgens Marcus en op de woensdag volgens Lucas. Vanaf de 9de eeuw werd dit reciteren in kathedralen, kerken en kloosters toegewezen aan drie zangers, telkens op een verschillende toonhoogte: het recitatief op mediumhoogte, de Jezusteksten zeer laag en de overige zeer hoog, hetzij alleen, hetzij in groep (turbæ). Deze vorm werd zonder wijziging bewaard tot aan de aanvang van de jaren zestig van vorige eeuw. Deze evangelieteksten werden tijdens de H. Mis enkel door priesters of diakens gezongen.
- een tweede en latere vorm om via meditatie de passie en het lijden van Onze Heer Jezus Christus te herdenken ontstond in het officie, nl in de Donkere Metten, waar antifonen, psalmen en talrijke lezingen uit de H. Schrift afgewisseld met responsoria, ter overweging werden gebracht. De lezingen betroffen vaak de lamentaties van Jeremias of de geschriften van de oudste kerkvaders.
Project
Het project “Passio Domini” betreft een samenbrengen van beide bovenvermelde vormen nl. het reciteren van de Gregoriaanse Matteüspassie, op bepaalde plaatsen onderbroken door meditatieve, muzikale momenten. Deze kunnen bestaan uit responsoria en antifonen waarvan de tekst de overeenstemmende passagetekst uit de Matteüspassie is, of waarvan de tekst onmiddellijk aansluit bij het gezongen gedeelte.
Inhoud
Het gezongen gregoriaans lijdensverhaal is een immens recitatief gekenmerkt door grote eenvoud en verhevenheid . Men vindt er geen sporen van verontwaardiging noch medelijden in. Het is evenmin koel noch zakelijk. Het benadert het lijden op een grote diepte of op een grote hoogte in een geest van geloof en aanvaarding.
De responsoria daarentegen zijn zeer expressieve bezinningen op de diverse teksten en behoren stuk voor stuk tot de meesterwerken van het gregoriaans repertoire. Ze beschrijven elk met hun eigen klankbeeld het gevoel van een mens die de zijnen liefheeft, zijn ontgoocheling over hun ongevoeligheid en verraad, zijn angst voor de dood en zijn, tenslotte door God zelf, verlaten voelen.
Uitvoering
Bijzonder merkwaardig is het feit dat deze meditatieve Matteüspassie wordt uitgevoerd door twee damesschola’s nl de damesschola “Cum Jubilo” uit Watou en de schola “In Voluntate” uit Mortsel. Ook de recitatieve delen worden door de solisten van beide schola’s verzorgd.
De eerste uitvoering vond plaats op 2 maart 2008 in de abdijkerk van Grimbergen n.a.v. de viering van veertig jaar abdijkoor. Het project werd met een dergelijk groot enthousiasme en dankbaarheid onthaald dat beide schola’s besloten om er tijdens de vastenperiode regelmatig mee naar enkele plaatsen in Vlaanderen te trekken. Zodoende wordt een breed publiek op vernieuwende wijze in contact gebracht met de dramatiek van het lijdensverhaal en de sublieme uitdrukkingskracht van het Gregoriaans.
In 2009 volgden Hasselt en de Abdij van Male, in 2010 de historische kerk van Sombeke (Waasmunster).

